Richard Long
- loopt verder dan een blokje om
Wandelsculpturen
In het rijtje wandelende kunstenaars mag Richard Long (1945) niet ontbreken: de eerste man die de het wandelen zelf tot kunst heeft verheven.
Long wandelt om zijn positie in de wereld te bepalen. Het zijn routes die honderd of duizend jaar geleden ook afgelegd zouden kunnen zijn. Zijn tochten draaien om afstand, snelheid en schaal en meer van zulke begrippen waarvoor wandelen ooit gold als voornaamste meetinstrument. Net zoals Brouwn geeft Long het begrip ‘afstand’ zijn betekenis weer terug.
Voor Long is een wandeling een sculptuur die hij omkadert en beschrijft de route, het tijdsverloop, het hoogteverschil, de veranderende omstandigheden van weer en wind met de precieze blik van een landmeter of een tuinarchitect. Hij legt een geometrie over zijn landschappen - 'hier was ik, daarvoor was ik dáár, de afstand is aldus’ - en mensen komen er niet in voor.
Volgens de Van Dale is wandelen: (voor zijn ontspanning) lopen: op en neer wandelen.
Voor Long begon dit wandelen in zijn studententijd, toen hij in een grasveldje ergens bij Wiltshire net zo lang heen en weer bleef lopen tot zijn kaarsrechte olifantenpaadje een zichtbare lijn vormde: A Line Made by Walking, 1967.
(Dit was overigens toen een daad van persoonlijke betekenis. Het pad verbeeldde de weg naar nergens - een weg waarop hij voor zijn gevoel op was beland op de kunstacademie.)
Long maakte er een foto van en liep weer verder - en dit is hij de rest van zijn carrière blijven doen: lopen.

Richard Long, A Line Made by Walking, 1967. Tate Gallery, Londen.
De wandeling zelf vormt de kern van Longs werk, waarin hij onderweg interventies in het landschap doet. Hij verplaatst stenen die hij bijvoorbeeld in rechte lijnen of cirkels legt. Het zijn deze kleine gebaren, kleine ordeningen van de natuur, die bewijzen dat Long er was. Van deze vergankelijke sculpturen maakt Long vervolgens een foto. Ook maakt hij kaarten waarop hij (koel en feitelijk – zoals vaak het geval is bij conceptuele kunst ;)) de route, duur en de voornaamste wederwaardigheden van zijn wandeling documenteert. Long noemt deze werken 'tweedehands'.

Richard Long, Connemara Sculpture, 1971. Foto: Richard Long.
Waar het Long voornamelijk om gaat is het erop trekken, de tocht zelf, het voet voor voet bedwingen van de ruimte en díe als artistieke daad stellen. (Dit in tegenstelling tot schilders en fotografen die het landschap introkken en ons als deelgenoot maakten van het uitzicht dat zij documenteerde).

A Hundred Mile Walk, Richard Long, 1971–2. Tate Gallery, Londen.
Voor Long is wandelen niet ‘een blokje’ om. Zijn wandelingen zijn tochten die vaak honderden kilometers lang zijn en soms weken (onafgebroken) duren. Hij heeft een voorkeur voor ruige en onherbergzame gebieden. Hij vermijdt steden of plekken met duidelijke sporen van menselijke activiteit.
En dan… weer eenmaal thuis? Waar en hoe moet je je Land Art tonen? Net als Stanley Brouwn, geldt ook voor Long dat zijn werk niet per se een ding is, maar dat het ook een handeling of idee kan zijn. De kijker wordt geacht opnieuw na te denken over plaats en ruimte, en hoe hij zich daartoe verhoudt. Deze gedachte zorgde destijds voor een shock in de gevestigde museumwereld.
“(…) Veel dingen worden door marktwaarde bepaald, maar wat hij [Long] doet is als zand verkopen op het strand. Economisch gezien in eerste instantie schijnbaar volstrekt irrelevant, maar als je voelt dat je dat moet doen is dat een groot gevoel van bevrijding. Dan heeft het zijn eigen waarde, op zichzelf staand en dan is het niet afhankelijk van of er een tekort aan is of dat je het goed kunt verkopen, de waarde staat op zichzelf. Dat klopt ook met wat hij zegt, dat zijn werk voor zichzelf spreekt. Dat komt door de vanzelfsprekendheid waarmee hij het gemaakt heeft. Dat lukt niet veel mensen.”
Uit een ontmoeting van Bruno van den Elshout met Richard Long, 2019
Voor Long was het in die zin dus zonneklaar dat zijn (vergankelijke) wandelsculpturen op elke onbestemde of niet drukbezochte maakplek moesten blijven liggen. Of een groot deel van zijn locatiewerken nog bestaan of herkenbaar zijn, is zeer de vraag; maar het is ook juist deze onbestemde status die tot de verbeelding spreekt.
Toch exposeert Long ook in musea. Niet alleen toont hij zijn foto’s en tekstwerken, maar maakt hij ook (op de ruimte afgestemde) wandschilderingen van modder en vloersculpturen waarbij hij ‘de natuur in het museum drapeert’. Voor deze vloersculpturen ligt de grondvorm (cirkel, lijn, doolhof, etc.) vast, maar varieert hij met de uitvoering. (Sta ook eens even stil bij de gedachte hoe hij deze materialen überhaupt van de vindplek het museum heeft binnen gekregen…🤔🤯!)

Richard Long, Rhine Mud Labyrinth, 2013. Museum Kurhaus Kleef, (396 x 540 cm) © VG Bild-Kunst, Bonn 2021

Richard Long, Thames Circles, 1991. MACBA Collection. MACBA Foundation. © Richard Long
Voor wie Richard Long in museum De Pont in Tilburg (2019) gemist heeft kan hier naar een kort interview met Long terugkijken, of hier naar een uitgebreider interview.